| DE ZORG VOOR LEERLINGENHET VOLGEN VAN DE ONTWIKKELING VAN DE KINDEREN.Van iedere leerling wordt een dossier aangelegd. Daarin worden persoonlijke gegevens, informatie na leerlingenbesprekingen, verslagen van oudergesprekken en gegevens van speciale onderzoeken en toetsen bewaard. De dossiers worden beheerd door de intern begeleider (i.b.-er) Juf Henny Schagen.Het dagelijks werk van kinderen.De activiteiten die binnen de kleutergroep gedaan worden, kunnen soms omgezet worden in werkstukjes. Om de werkstukjes niet verloren te laten gaan (de ontwikkeling van het kind is eruit af te lezen), verzamelen de leerkrachten een selectie. We vragen de ouders voor dit doel een 23-ringsband aan het kind mee naar school te geven.In de groepen 3 t/m 8 wordt het dagelijks werk van de leerlingen door de leerlingen en/of de leerkrachten nagekeken en eventueel van commentaar voorzien. Vooral in de onderbouw wordt werk vaak direct mee naar huis gegeven. Opdrachten worden veelal in schriften gemaakt, die u voorafgaand aan de contactavonden kunt inzien. De kinderen nemen ze dan ter inzage mee naar huis. Het dagelijks werk wordt regelmatig getoetst door middel van methode-afhankelijke toetsen of door de leerkracht zelf ontworpen %26quot;repetities%26quot;. Verder maken de leerkrachten in de groepen 1 en 2 observaties van het werken en spelen van de leerlingen. De resultaten van de toetsen kunt u inzien tijdens de contactavonden.Onafhankelijke toetsen.Op vaste tijdstippen worden methode-onafhankelijke toetsen afgenomen. De uitslagen van deze toetsen, waarbij een vergelijk met een landelijk gemiddelde mogelijk is, geven ons redelijk objectieve gegevens over de leerprestaties van uw kind. In het onderwijs spreken we over de didactische leeftijd (DL)van een leerling wanneer we het hebben over het aantal maanden onderwijs dat hij heeft gevolgd. Wanneer we een leerling gaan toetsen kijken we op welk niveau hij presteert en hebben het dan over zijn didactisch leeftijdsequivalent (DLE).Voor de didactische leeftijd beginnen we te tellen vanaf het moment dat de leerling in groep 3 onderwijs krijgt. Een leerling heeft aan het eind van groep 3 een DL van 10 (omdat hij dan 10 maanden onderwijs heeft gehad), maar kan bij de toets bijvoorbeeld een DLE van 15 of 8 scoren. De uitslagen van alle methode-onafhankelijke toetsen worden in D.L.E.-scores gegeven en zijn van grote betekenis voor het al dan niet verlenen van extra hulp. De uitslagen van deze toetsen worden in de computer opgeslagen. De verrichtingen van ieder kind en de groep kunnen zodoende op langere termijn worden gevolgd. Een dergelijk systeem noemen wij het Leerling Volg Systeem (L.V.S.).De prestaties van de kleuters worden gevolgd d.m.v. ontwikkelingslijsten van het PRAVOO, Cito taal, Cito ordenen en door de Woordenschattest van Eduforce. De leerlingen van groep 3 t/m 8 doen de volgende DLE toetsen van EDUFORCE: rekenen/wiskunde, hoofdrekenen, spelling, lezen en begrijpend lezen. Vier maal per jaar wordt de AVI-leestoets afgenomen zolang de leerlingen bezig zijn met technisch lezen. Komend schooljaar wordt begonnen met het invoeren van de sociale competentie observatielijst (SCOL)De leerlingen van groep 8 doen de NIO-toets (de intelligentietoets die gebruikt wordt om de advisering naar het voortgezet onderwijs goed te onderbouwen).Komende jaren zullen ongetwijfeld nog belangrijke veranderingen in het systeem worden doorgevoerd. Ze zullen allemaal één doel dienen: de zorg voor uw kind vergroten.De individuele resultaten worden door de interne begeleider (i.b.-er) en de leerkracht besproken. De resultaten worden tevens gebruikt om ons onderwijs te evalueren. Zonodig wordt het onderwijs, groepsgewijs of individueel, bijgesteld. De scores zijn alleen voor de groepsleerkrachten, de i.b.-er en de directie toegankelijk. Dat wil niet zeggen dat u er geen inzage in kunt krijgen. Terwille van de privacy (van andere kinderen) kunnen wij u tijdens de contactavonden alleen de resultaten van uw eigen kind laten zien. De groeps-leerkracht houdt de toetsgegevens en de overige resultaten van het lopende jaar bij in de groepsband.In de hoogste groep wennen we de kinderen eraan ook zelf hun prestaties te noteren. Zij kunnen deze gegevens gebruiken om een beter zelfbeeld op te bouwen. Naast het geven van waarderingen voor het gemaakte werk, vinden wij het ook belangrijk om de kinderen tijdens het werk te observeren.Verslaggeving door groepsleraar en wijze waarop dit wordt besproken. Drie keer per jaar wordt er van de kinderen van groep 1 t/m 8 een rapport opgemaakt. Dit wordt aan de kinderen meegegeven.Drie keer per jaar worden er voor de ouders van de leerlingen van de groepen 1 t/m 8 gesprekken georganiseerd die ± 10 minuten duren. Tijdens deze gesprekken worden vorderingen en betekenisvolle zaken t.a.v. de ontwikkeling van uw kind aan de orde gesteld. Van onze kant stellen wij het op prijs te vernemen hoe uw kind zich op school thuis voelt. Mocht er tussentijds behoefte zijn aan een gesprek, dan kunt u daar met de groepsleerkracht altijd een afspraak voor maken.SPECIALE ZORG VOOR KINDEREN MET SPECIFIEKE BEHOEFTEN.Alle leerlingen zijn verschillend, daar is een ieder van overtuigd. Moeilijkheden met leren en andere problemen worden in de meeste gevallen door de leerkracht als eerste opgemerkt. Maar ook u als ouder kunt wat dat betreft zaken constateren. Thuis zal uw kind zich misschien meer of anders uiten. Vangt u geluiden in deze richting op en heeft u het idee dat de school dat nog niet gesignaleerd heeft, meldt dit dan bij de groepsleerkracht.De procedure die gevolgd wordt indien er problemen met een kind zijn:1. Aanmelding:a. Wanneer een leerkracht een probleem bij een leerling constateert, maakt hij/zij na overleg met de ouders een afspraak met de interne begeleider voor een probleemverkennend gesprek.b. Wordt er besloten tot het doen van een onderzoek dan vraagt de leerkracht toestemming voor het onderzoek aan de ouders van de betreffende leerling en vult een aanmeldings-formulier in waarop hij/zij uitgebreid beschrijft wat het probleem is en wat er tot dat moment aan hulp geboden is.2. Onderzoek/toetsing:a. Leerkracht en interne begeleider overleggen welke onderzoeken/toetsen afgenomen zullen worden.b. De interne begeleider onderzoekt na overleg met en toestemming van de ouders de leerling en maakt een verslag van het onderzoek. Tevens wordt een voorstel voor een handelingsplan gemaakt.c. De leerkracht stelt, aan de hand van dit voorstel, het definitieve handelingsplan op.d. De ouders worden op de hoogte gesteld van de uitslag van het onderzoek en het opgestelde handelingsplan.e. Zijn de resultaten van het onderzoek van dien aard dat de school geen oplossing weet voor extra leerhulp, dan wordt in overleg met de ouders hulp van externe instanties (als O.B.D.) ingeroepen.3. Begeleiding:a. Het handelingsplan wordt in de groep (en eventueel thuis) uitgevoerd.b. Het is mogelijk dat de interne begeleider een deel van de hulp (bijvoorbeeld tussentijdse toetsmomenten) voor haar rekening neemt.c. Na ongeveer 2 maanden volgt een evaluatie. Dit is een gesprek met de leerkacht en eventueel een toets voor de leerling.d. De begeleiding kan gecontinueerd, anders opgezet of beëindigd worden.e. De leerkracht heeft een gesprek met de ouders over de vorderingen van de leerling.4. Registratie:a. Onderzoeksgegevens/handelingsplannen/overige speciale leerlinginformaties worden centraal opgeslagen in het leerlingenarchief.b. De leerkrachten bewaren een kopie van een handelingsplan in hun leerlingenadministratie/planmap.Hulp van externe instanties.De school doet eerst zelf een aantal onderzoeken. Dit kunnen reken-, taal- en leesonderzoeken zijn.Wanneer de school geen oplossing weet hoe verder extra leerhulp geboden moet worden, zullen we, altijd na overleg met en toestemming van ouders, externe instanties inschakelen. Alleen wanneer wij uw goedkeuring hebben, kunnen wij verdere stappen ondernemen. Het gaat dan in de meeste gevallen om raadpleging van de onderwijsbegeleidingsdienst. De O.B.D. kan zowel de leerprestaties, de leerprocessen als de emotionele ontwikkeling van het betreffende kind onderzoeken. Vaak wordt vervolgens besloten tot het maken van een handelingsplan, al of niet begeleid door genoemde instantie. Het is mogelijk dat de groepsleerkracht samen met de begeleidingsdienst een programma maakt om het kind een aangepast leerprogramma te laten volgen.Soms wordt aan andere instanties (bv. G.G.Z.) meer specialistisch onderzoek of begeleiding gevraagd.Het is ook mogelijk om via de O.B.D. een consult te vragen bij de Centrale Zorgcommissie (C.Z.C.). Voor dit overleg worden de leerkracht en de interne begeleider uitgenodigd. Deze commissie pleegt een inventarisatie van alle onderzoeken die tot dat moment met het kind zijn gedaan. De commissie kijkt of het ontstane dossier goed gedocumenteerd en volledig is, of dat nog aanvullend onderzoek verricht moet worden.De commissie adviseert vervolgens over eventuele verdere stappen die genomen kunnen worden. Dat kan begeleiding zijn op de huidige basisschool of het advies dat ouders over kunnen gaan tot aanmelding van hun kind bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg (P.C.L.). De P.C.L. bereidt een plaatsing voor in het speciaal basisonderwijs. De plaatsing in het speciaal basisonderwijs kan uiteindelijk alleen geschieden door de ouders als de P.C.L. een beschikking heeft afgegeven. In de meeste gevallen wordt er vervolgens besloten met een handelingsplan, al of niet begeleid door genoemde instanties, het betreffende kind door de groepsleerkracht aangepast onderwijs te laten geven. De plaatsing kan overigens uiteindelijk alleen geschieden met uw toestemming.De voorzieningen op de Vogelwei.Extra leerhulp wordt voornamelijk binnen de groep gegeven.In alle groepen worden de kinderen getraind in het %26quot;zelfstandig werken%26quot;. We doen dit door middel van het zg. G.I.P.-model.G.I.P. staat voor Groeps- en Individueelgericht Pedagogisch en didactisch handelen van de leerkracht. Het verbetert de differentiatie-mogelijkheden van de leerkracht. Het vergroot de zelfstandigheid van de leerlingen. Op deze manier stelt het de school in staat om adaptief onderwijs te geven. Dit komt in de praktijk op het volgende neer:Binnen iedere groep wordt de leerlingen geleerd om, na de benodigde instructie, bepaalde delen van de dag zelfstandig te werken. Na de instructie zal de leerkracht nog een aantal rondes door de klas lopen. Daarbij is de eerste ronde bedoeld om de kinderen aan het werk te helpen en de tweede en volgende rondes om nog extra hulp te bieden. Tijdens deze rondes gebruiken de kinderen rode en groene kaartjes op hun tafel om aan te geven of ze wel of geen hulp nodig hebben. Vervolgens zijn alle kinderen aan het werk en voor het bord hangt een kaart waarop te zien is of dit werken alleen moet gebeuren of dat er samengewerkt mag worden.De tijd die over blijft, zal de leerkracht voor het grootste deel besteden aan extra hulp en/of observaties. De extra hulp zal vooral plaatsvinden aan de instructietafel.Door binnen de school met de leerlingen duidelijke afspraken te maken en deze daarna om te zetten in duidelijke klas¬senregels, bespaart de leerkracht veel tijd aan het onnodig herhalen van regels en afspraken. Voor alle groepen gelden dezelfde hoofdregels.In iedere klas hangen de regels duidelijk zichtbaar. Vanzelfsprekend is er sprake van een opbouw in moeilijkheidsgraad van de regels door de school. Een onderdeel van het vergroten van de zelfstandigheid van de leerlingen zal het leren werken met dagdeel-, dag- of weekplanningen zijn. De planningen worden in eerste instantie in een schriftje gemaakt en later in een agenda. Gestart wordt daarmee op een zeer speelse manier bij de kleuters met een opbouw naar een weektaak in groep 8. In enkele gevallen wordt tijdelijk extra leerhulp aan leerlingen geboden door de i.b.-er.LOGOPEDIE.Elk jaar wordt de logopedische screening afgenomen bij de oudste kleuters. Deze screening vindt plaats op school en wordt afgenomen door een logopedist van OBD Noordwest.Bij de screening wordt gelet op spraak-taalontwikkeling, het gehoor de stemgeving en het mondgedrag. De screenings-gegevens worden met de leerkracht besproken, waarna ouder(s)/verzorger(s) schriftelijk over het besluit geïnformeerd worden. Indien logopedisch onderzoek en/of behandeling gewenst is, wordt u schriftelijk verwezen naar een collega-logopedist in de vrije vestiging. In veel gevallen zal de leerkracht proberen de geconstateerde problematiek mondeling toe te lichten. |